Inspecteur Adamsberg probeert al dertig jaar lang een moordenaar, bijgenaamd Neptunus, te ontmaskeren. Hij weet wie de man is, maar hij heeft bewijzen nodig die ook anderen kunnen overtuigen. Deze Neptunus, inmiddels hoogbejaard, is er nu op lepe wijze in geslaagd om - tijdens een werkbezoek aan Canada - van Adamsberg zelf een moordverdachte te maken. Adamsberg moet alles in het werk stellen om zijn onschuld te bewijzen.
Een van de afdrukken toonde duidelijk de wonden van het jonge slachtoffer, van bovenaf gezien, op een lijn. Adamsberg kon inmiddels aardig met zijn elektronische kast overweg, maar hij wist niet hoe hij deze beelden kon vergroten zonder de hulp van Danglard.
‘Wat is dit?’ mompelde de inspecteur terwijl hij op de plaats van Adamsberg ging zitten om het bestuur van het apparaat over te nemen.
‘Neptunus’, antwoordde Adamsberg met een zuinige glimlach. ‘Die zijn brandmerk op de blauwe golven achterlaat.’
‘Maar wat is dit?’ herhaalde Danglard.
‘U stelt me altijd vragen om vervolgens mijn antwoorden niet op prijs te stellen.’
‘Ik wil weten wat ik manipuleer’, antwoordde Danglard ontwijkend.
‘De drie steken van Schiltigheim, de drie punten van de drietand.’
‘Van Neptunus? Is dat een idee-fixe?’
‘Dit is een moord. Een jong meisje door drie priemsteken om het leven gebracht.’
Klik hier voor een uitgebreid fragment