> Inhoudsbeschrijving
Een zwakbegaafd meisje wordt gevonden aan boord van een vrachtschip dat in 1868 voor de kust van Reykjavik strandt. Ze is zwanger. Niemand weet wie ze is of waar ze vandaan komt. De wat wereldvreemde plantkundige Fridrik B. Fridjonsson ontfermt zich over haar. Er ontstaat een tedere relatie tussen hem en het meisje, waardoor ze zich buiten de gemeenschap plaatsen. De dominee ontzegt haar de toegang tot de kerk omdat zwakbegaafden de dienst verstoren. Fridrik zint op wraak. Als de dominee, die een fervent jager is, op de sneeuwvlakten achter een slimme blauwvos aan zit, lijkt die wraak zich te voltrekken.
> Tekstfragment
Blauwvossen lijken merkwaardigerwijs zo veel op stenen, dat het zaak is je erover te verwonderen. Als ze er 's winters tegenaan liggen is het ondoenlijk ze te onderscheiden van de rotsen zelf, lastiger zelfs dan de witte poolvossen, die altijd een schaduw geven of geel afsteken tegen de bevroren sneeuw.
Een blauwvos ligt dicht tegen haar steen aan en laat de sneeuwstorm aan de loefzijde over zich heen komen. Ze keert haar gat in de wind, rolt zich op en steekt haar neus onder haar achterpoot; ze laat haar oogleden zakken zodat je nog amper haar pupil kunt zien. Op die manier houdt ze de man in de gaten, die zich niet heeft verroerd vanaf het ogenblik dat hij onder de overhangende sneeuwhoop ging liggen.
> Meer boeken van deze auteur
> Website auteur