> Inhoudsbeschrijving
Sardinië, eind negentiende eeuw. In het plaatsje Nùoro krijgt advocaat Bustianu het verzoek van een vrouw om haar zoon te verdedigen. De jongen, Zenobi Sassa, ziet eruit als een engel met zijn blonde haar en blauwe ogen. Hij wordt ervan beschuldigd negen lammeren te hebben gestolen. Sindsdien is hij voortvluchtig, en bovendien lijkt hij alle eventuele bewijzen die hem zouden kunnen ontlasten te willen vernietigen. Als Bustianu besluit de zaak te onderzoeken, blijkt al snel dat de diefstal in scène is gezet. Er ontrolt zich een ingewikkeld kluwen van familie-intriges vol mediterrane passie.
> Tekstfragment
‘Hij heeft er niks mee te maken, ze hebben hem een smerige streek willen flikken. Als u hem zou zien, advocaat, hij is onherkenbaar: vuil, mager... Mijn zoon!’
‘Nee, nee, dat niet. Gaat u toch zitten en droog uw ogen. Wat hebt u tegen de carabinieri gezegd toen ze hem kwamen halen?’
‘Ik heb tegen ze gezegd dat hij niet thuis was! Wat had ik anders moeten zeggen?’
‘Hebt u niet tegen ze gezegd dat uw zoon sinds twee dagen buiten Nùoro was?’
‘Eja, dat ook.’
‘Waar precies buiten Nùoro?’
‘Buiten Nùoro, advocaat, hoe moet ik dat nou allemaal precies weten? Godzijdank is Zenobi impiliù, hij is volwassen. Ik heb hem toch zeker niet meer aan de borst, s’abbocà?’
> Meer boeken van deze auteur