> Inhoudsbeschrijving
Een hilarische roman over lijsters, zeemansknopen, hasj, hamburgers en Volvo-vrachtwagens …
In de uitgestrekte wouden van Zweden woont Maj Britt, een 92-jarige hasjrokende weduwe met een levenslang parkietenverbod en een eigen weblog. Haar naaste buurman is de even oude Von Borring, grootgrondbezitter, vogelaar en Baden Powell-adept; tussen beiden bestaat al decennialang een heftige vete.
Andreas Doppler, die met zijn zoontje Gregus en zijn elandkalfje Bongo uit protest tegen de wereld in het algemeen en Noorwegen in het bijzonder de bossen in getrokken is, wandelt hun wereld binnen en wordt min of meer gegijzeld door de beide oudjes, die hem inzetten in hun onderlinge strijd.
> Tekstfragment
‘Ik heet Doppler’, zegt Doppler.
‘Mooi’, zegt Von Borring. ‘Dat is een goed begin. Zelf heet ik Von Borring.’
Op initiatief van Von Borring schudden ze elkaar de hand, Von Borrings handdruk is stevig en vertrouwenwekkend, terwijl die van Doppler slap is en weinig goeds belooft. (…)
‘Ken je Maj Britt?’ vraagt Von Borring.
‘Kennen is een groot woord’, zegt Doppler.
‘Heb je het idee dat jullie een relatie hebben die gebaseerd is op wederzijds vertrouwen en respect?’
‘Nee’, zegt Doppler. ‘Dat idee heb ik niet. Toen het bos zich voor mij opende was haar huis gewoon het eerste wat ik zag en omdat ze mij eten en dergelijke heeft gegeven, besloot ik een paar dagen te blijven. We hebben samen gedanst.’
Von Borring schudt zijn hoofd.
‘Jongeman,’ zegt hij, ‘jij hebt een probleem. Je handdruk is dood. Je ogen staan flets. Jij hebt hulp nodig.’
‘Ik weet niet wat ik nodig heb’, zegt Doppler. ‘Maar hulp klinkt als een goed begin.’
> Meer boeken van deze auteur