> Inhoudsbeschrijving
In het levendige Loven (het tegenwoordige Leuven) van halverwege de achttiende eeuw levert de onderlaag van de bevolking elke dag een strijd om het bestaan. Dat geldt ook voor Louise en haar blinde vader. Wanneer de man sterft besluit Louise dat ze van niemand afhankelijk wil zijn. Door haar lichaam te verkopen hoopt ze nieuwe toekomstperspectieven te scheppen … en dat lijkt zijn vruchten af te werpen.
> Tekstfragment
Er was iets aan zijn gezichtsuitdrukking wat mij vertelde dat er niemand in dit lichaam huisde. Het was leeg. Opgebruikt. Onder zijn dunne huid sluimerde de dood.
Het was zover. Hij had erop gewacht, en eindelijk was het zover.
Met mij gebeurde er niets. Van zijn ogen was ik geschrokken, maar er kwam geen verdriet. Omdat mensen vaak huilen om een sterfgeval, forceerde ik tranen. Mijn wangen bleven droog, dus besloot ik niet te huilen. Ik trok de deken tot tegen zijn kin en even, heel even, dacht ik hem stilletjes te horen snurken. Met mijn hoofd op zijn schouder die zijn warmte begon te verliezen, fluisterde ik: ‘Ik heb u hore ronke, vake, ik heb u gehoord. Slaapwel, vake.’
> Meer boeken van deze auteur
> Website auteur