> Inhoudsbeschrijving
Nadat Alfgrim als baby door zijn moeder is verlaten, wordt hij opgevoed door twee oude mensen, die hij gemakshalve zijn opa en oma noemt. Hun uit turf opgetrokken boerderijtje, de Hellinghut, is voor de jongen de volmaakte wereld. Hij groeit op in een omgeving waar ‘gratis pension was voor iedereen die onderdak wou hebben’ en waar de geur van stokvis, turf en walvisvet zich vermengt met die van spruitend gras, varens, paard en koe.
Met tegenzin gaat Alfgrim naar school. De nieuwe wereld laat hem koud. Hij droomt ervan visser te worden zoals zijn opa. En hij wil zingen zoals zijn grote voorbeeld Gard Holm. Alfgrim is niet uit op roem, zijn doel is enkel ‘de zuivere toon’ te halen.
Uiteindelijk ontkomt hij er niet aan een keuze te maken tussen de ideale wereld van de Hellinghut en een nieuw leven in een veranderende maatschappij.
> Tekstfragment
Een wijs man heeft ooit gezegd dat behalve het verlies van een moeder er niets gezonder is voor een kind dan het verlies van zijn vader. En hoewel het niet bij mij zou opkomen zo’n uitspraak volledig te onderschrijven, ben ik toch de laatste die hem categorisch afwijst. Zelf zou ik zo’n stelling zonder wrok tegenover de wereld uitdragen, of liever, zonder de pijn die in de klank van die woorden besloten ligt.
Maar wat je ook van deze gedachtegang mag vinden, het lag nu eenmaal op mijn weg dat ik het hier op aarde zonder ouders moest stellen. Ik wil niet zeggen dat dat mijn geluk was, zoiets zou te boud gesteld zijn. Maar ik kan het geen ongeluk noemen, tenminste niet wat mijzelf betrof, omdat ik een opa en oma ervoor terugkreeg.
> Meer boeken van deze auteur