Over De Geus |

25 jaar De Geus

25 jaar de geus

Een bevlogen duo

 

Interview met Eric Visser en Annemie Jans

 

Ze zijn het gezicht van De Geus: uitgever Eric Visser en bedrijfsleider Annemie Jans. Man en vrouw, ouders van een zoon en dochter. Al bijna een kwart eeuw ook zakelijke partners, en nog net zo bevlogen als in de begindagen. Een interview in kernwoorden.

 

door Anne-Gine Goemans

 

25 jaar de geus - de wereld in je boekenkast

 

Duo

 

Eric: ‘We leven al ruim dertig jaar samen, maar we opereren als individuen. Annemie is een manager, een mensenmanager. Ze is analytisch en helder. We vullen elkaar goed aan als duo, zonder het conflict te schuwen.'

 

Annemie: ‘Integendeel, tijdens vergaderingen kunnen we met z'n tweeën stevig in discussie gaan. Eric is een uitgever in hart en nieren. Hij is een geëngageerd mens op zoek naar verdieping en heeft een grote drang naar kwaliteit. Maar hij is ook een chaosschepper. Af en toe gooit hij de boel flink open. Als we vlak voor een deadline zitten met een boek, kan dat lastig zijn.'

 

Ontmoeting

 

Eric: ‘Voordat ik de uitgeverij begon, werkte ik als coördinator buitenschoolse opvang voor buitenlandse kinderen. Ik had het na twee jaar niet meer naar m'n zin. Het was een hiërarchische organisatie en regelmatig lag ik met het bestuur overhoop. Ik liep al langer rond met plannen om een uitgeverij te beginnen. In ‘78 was ik initiator van de oprichting van boekhandel De Geus. In die tijd gaf ik af en toe al werk uit. Die boekhandel bestaat trouwens nog steeds: we zijn zelfstandige bedrijven, maar we doen nog steeds zaken met elkaar.'

 

Annemie: ‘Ik werkte in een kansarme buurt in Breda jarenlang in een buurthuis. We hebben beiden de sociale academie gedaan, maar we kennen elkaar vanuit onze politieke activiteiten. Ik ontmoette Eric op een bijeenkomst. Inderdaad, hij had toen al een baard. Alleen was die een stuk wilder en langer, geheel in de stijl van de linkse beweging.'

 

Rekenwonder

 

Eric: ‘In ‘85 besloot ik voor mezelf te beginnen. Een grote stap, we hadden het niet breed. We zaten op een huurflat en ik hoefde niet bij een bank aan te kloppen voor een startkapitaal. Ik leende geld bij twee vriendinnen en had precies berekend wat ik moest omzetten met mijn eerste boek. Ik ben altijd goed met cijfers geweest. Als kind maakte ik er een sport van uit te rekenen wat de boodschappen kostten nog voordat de winkelier het totaalbedrag noemde.

 

Annemie: ‘Dat doe je nog steeds weleens.'

 

Eric: ‘Ik zat er nooit ver naast. De eerste uitgave van De Geus was Jaag de vrede na, een dichtbundel van Pierre van Vollenhoven. Dat was plak- en knipwerk. Elk exemplaar heb ik zelf geniet. Het hanige spook van Teunis Grinwis was de eerste roman die ik uitgaf. Het ging over ruzie in een kippenhok, een soort Animal Farm, en het symboliseerde de machtsstrijd tussen Amerika en Rusland. Ook dat boek was nog echt handwerk.'

 

Annemie: ‘Thuis lagen alle pagina's op de grond. De paginanummers plakten we zelf. Ik was vanaf het begin betrokken bij de uitgeverij, maar werkte er toen nog niet. Dat kwam na vier jaar. Met behoud van uitkering zou ik een jaar proefdraaien. We wilden eerst bekijken of we konden samenwerken.'

 

De missie

 

Eric: ‘Evenveel mannen als vrouwen uitgeven, multicultureel: 25 jaar geleden had ik de missie van De Geus al duidelijk voor ogen. Maar in de begintijd was ik niks. Niemand kende mij in de uitgeverswereld. Ik moest hard op zoek naar auteurs, vooral het vinden van vrouwelijke schrijfsters viel niet mee. Ik ging naar de Feministische Boekenbeurs in Londen waar ik alles behalve welkom was. Op de trappen van de beurs werd zelfs gedemonstreerd tegen de aanwezigheid van mannen. Toch werd het bezoek een groot succes: ik wist drie auteurs te contracteren waaronder Maya Angelou. Ze was in het buitenland bekend, maar niet in Nederland. Haar boek Ik weet waarom gekooide vogels zingen werd onze eerste grote bestseller. Vanaf dat moment groeide De Geus snel en werd de basis gelegd voor ons grote internationale netwerk.'

 

Annemie: ‘Een bestseller is heel belangrijk voor een uitgeverij. Je moet een paar goedlopende titels hebben om ook ander werk te kunnen publiceren. Tegelijkertijd willen we kwaliteit vasthouden en verder ontwikkelen. In ons fonds willen we de maatschappij vertegenwoordigd zien, in de zin van ontwikkelingen, vooruitgang. We zijn een geëngageerde uitgeverij.

 

Eric: ‘We zijn nooit de hype achterna gegaan. We kiezen altijd voor kwaliteit. Ik weet nog dat mij Bridget Jones' diary werd aangeboden. Ik vond het geen goed boek. Wees het af omdat ik haar debuut ook gelezen had en dat beter vond. Ik wist dat het een bestseller kon worden. In de tijd dat uitgevers massaal Angelsaksische boeken uitgaven, gingen wij juist op zoek naar nieuwe markten. De Geus was de eerste uitgeverij die ervoor koos om nadruk te leggen op de uitgave van boeken uit Polen, Canada en Scandinavië. Daar zitten diverse bestsellerauteurs bij, maar destijds waren ze onbekend. Henning Mankell brak pas na zijn vijfde boek door bij het grote publiek. In het begin dachten we dat we geluk hadden dat onze internationale titels bestsellers werden. Maar na een reeks van successen weten we dat het geen toeval is. Bij De Geus zijn we in staat een goed verhaal te herkennen.'

 

Mooiste boek

 

Annemie: ‘Dochters van Kopervrouw van Anne Cameron is mij zeer dierbaar. Haar beschrijvingen van vrouwen van een indianenstam op Vancouver Island ontroerden mij diep. Jarenlang zat het boek in mijn hart als een soort matriarchaal bijbeltje.'

 

Eric: ‘Ik vind het moeilijk om boeken te vergelijken en er eentje uit te halen. De Geus heeft inmiddels ruim 1700 titels uitgegeven en ik ben trots op ieder boek. Elk verhaal, elke auteur is anders. Ik heb ook geen spijt van bepaalde boeken. Alles past binnen een bepaalde ontwikkeling. Onze eerst dichtbundel van Pierre van Vollenhoven zou ik nu misschien niet meer uitgeven. Ik sta nog steeds achter de bundel, maar inmiddels is de kwaliteit van poëzie enorm toegenomen.'

 

2017

 

Annemie: ‘Over tien jaar zijn Eric en ik nog steeds betrokken bij De Geus, maar opereren we meer op afstand. Ook zal ons Nederlandstalige fonds groter zijn dan nu het geval is. En we zullen, denk en hoop ik, nog zelfstandig zijn. We hebben een groep van 36 goeie medewerkers om ons heen, waarmee we nog veel gaan bereiken.'

 

Eric: ‘De Geus heeft dan ook een standplaats elders in het land, misschien wel Amsterdam. Samenwerken met andere partijen zoals onafhankelijke uitgeverijen en boekhandelaren wordt steeds belangrijker. Daarin zullen we initiatiefrijker worden. De Geus is een kleine speler, we hebben slechts zeven procent van de literaire markt in handen. Maar we zijn toch wel medetoonaangevend. Velen beschouwen De Geus als een kwaliteitskeurmerk. Voor een uitgeverij is dat het grootste compliment dat je kunt krijgen.'